Ga naar inhoud
Medi-Invest

Technologieën

Welke technologie past bij welke behandeling?

Lasers, IPL, radiofrequentie en LED werken elk op hun eigen manier in de huid. Dit overzicht zet per behandeling de technologieën op een rij, legt uit hoe ze werken en waarin ze verschillen, en noemt per technologie onze toestellen.

Energie op de juiste plek in de huid

Energiegebaseerde toestellen (energy-based devices, EBD's), zoals lasers, brengen energie in de huid: als licht of als elektrische stroom. Waar die energie wordt opgenomen, ontstaat meestal warmte. Hoe het weefsel op die warmte reageert, bepaalt het klinische resultaat. Bij een vaatafwijking coaguleert het bloed en ruimt het lichaam het vaatje daarna op. Bij huidverjonging maakt de huid nieuw collageen aan rond de verwarmde zones.

Technologieën verschillen dus vooral in waar de energie terechtkomt: in welke structuur, op welke diepte en in hoeveel tijd. Zo komen we tot drie groepen.

Doelwit: water

Resurfacing en huidverjonging

Vanaf ongeveer 1300 nm wordt licht vooral door water opgenomen. Omdat water in al het weefsel zit, bepalen hier de diepte en het patroon van de energie het effect. Kleine zones die gecontroleerd coaguleren of verdampen, zetten wondgenezing en de aanmaak van nieuw collageen in gang.

Ablatief: verdampt weefsel

Niet-ablatief: hoornlaag blijft dicht

  • 1540–1550 nm
  • Thulium
  • Nd:YAP

Doelwit: een chromofoor

Vaten, haar, pigment en inkt

Een chromofoor is een molecuul dat licht van bepaalde golflengten sterk absorbeert. Een golflengte die vooral door één chromofoor wordt opgenomen, verwarmt die structuur en spaart het weefsel eromheen. Zo richt de behandeling zich op één type laesie.

Hemoglobine: vaatafwijkingen

  • Vasculaire lasers532, 577 nm
  • Nd:YAG

Melanine in het haar: ontharing

Pigment en inkt: pigmentvlekken, tatoeages

Meerdere chromoforen tegelijk

  • IPL

Zonder warmte: fotobiomodulatie

  • LED

Geen chromofoor

Radiofrequentie

Radiofrequentie werkt met elektrische stroom in plaats van licht. Die verwarmt het weefsel via de weerstand die het biedt, dus de kleur van de huid speelt een veel kleinere rol. De energie wordt diep in de dermis of in het onderhuidse bindweefsel afgegeven, over een groot oppervlak of via naalden.

Verstrakking, textuur, littekens

Per behandeling

Hieronder kort per indicatie welke technologieën worden ingezet. Waarom, en welke toestellen erbij horen, lees je op de indicatiepagina.

  • Ontharing: alexandriet (755 nm) bij een lichte tot middelgetinte huid (Fitzpatrick I–IV), Nd:YAG met lange puls (1064 nm) bij een donkere huid, omdat de melanine in de epidermis die golflengte minder opneemt [1]. Bij huidtype IV, een grensgeval, worden beide gebruikt. Ook diodelasers rond 800–810 nm zijn veel in gebruik; hun golflengte ligt tussen die van alexandriet en Nd:YAG in.
  • Vasculaire laesies: vasculaire lasers (bij ons 532 en 577 nm; ook de pulsed dye laser rond 585–595 nm is veel in gebruik) en IPL bij fijne, oppervlakkige vaatjes en diffuse roodheid, Nd:YAG met lange puls bij grotere en dieper gelegen vaten.
  • Pigmentatie: Q-switched- en picosecondelasers bij scherp begrensde pigmentvlekken, IPL bij oppervlakkige, diffuse pigmentatie op een lichte huid.
  • Melasma: Q-switched Nd:YAG op lage energie en picosecondelasers, naast een topische behandeling.
  • Tattoo-verwijdering en PMU-verwijdering: picoseconde- en Q-switched lasers, met een golflengte die past bij de kleur van de inkt.
  • Benigne huidlaesies: ablatieve lasers (CO₂, erbium); bij gepigmenteerde laesies zoals seborroïsche keratosen ook alexandriet met lange puls.
  • (Acne)littekens en striae: fractionele lasers, ablatief (CO₂, erbium) of niet-ablatief (1540–1550 nm, Nd:YAP), RF-microneedling en picosecondelasers.
  • Rimpels: fractionele lasers, ablatief (CO₂, erbium) of niet-ablatief (1540–1550 nm, thulium), en RF-microneedling.
  • Huidverjonging en huidverbetering: fractionele lasers, RF-microneedling, IPL en picosecondelasers.
  • Huidverstrakking: monopolaire RF en RF-microneedling.
  • Acne: LED en IPL bij actieve acne, als aanvulling op een medicamenteuze behandeling.

De golflengte bepaalt waar het licht terechtkomt

Van de drie groepen op de kaart werken de eerste twee met licht. Of een laser op water of op een chromofoor mikt, hangt af van zijn golflengte: elke stof in de huid absorbeert sommige golflengten sterk en andere nauwelijks [2][3].

De absorptiepieken van hemoglobine die lasers benutten, liggen in het groene en gele licht, rond 542 en 577 nm. Onder 600 nm absorberen zuurstofrijk en zuurstofarm bloed ongeveer even sterk; tussen ongeveer 600 en 800 nm absorbeert zuurstofarm bloed duidelijk meer [3]. Melanine absorbeert licht over een breed bereik, en sterker naarmate de golflengte korter is. Daarom kom je bij donkere huidtypes vaak 1064 nm tegen: melanine absorbeert daar minder, zodat de epidermis minder warmte opvangt en het licht dieper doordringt [1].

Vanaf ongeveer 1300 nm neemt water het over. Bij 1340 en 1540–1550 nm is die absorptie nog bescheiden: het licht reikt dieper en verwarmt het weefsel zonder het te verdampen. Rond 1927 nm is ze veel sterker, en rond 2940 nm, de golflengte van de Er:YAG-laser, piekt ze. Bij 10 600 nm, de golflengte van de CO₂-laser, absorbeert water nog altijd sterk, maar ongeveer vijftien keer minder dan bij 2940 nm [2].

Absorptie van melanine, oxyhemoglobine, deoxyhemoglobine en water van 400 tot 12 000 nm, met de golflengten van onze lasers gemarkeerd en gegroepeerd in een zone voor pigment en bloed en een zone voor water.
Hoe hoger de lijn, hoe sterker die stof de golflengte absorbeert. Beide assen zijn logaritmisch.

Wat bepaalt het effect van een puls?

De golflengte bepaalt waar het licht wordt opgenomen. Wat het weefsel daarna doet, hangt af van hoe de energie wordt afgegeven.

Pulsduur

Elke structuur heeft een thermische relaxatietijd: de tijd die ze nodig heeft om ongeveer de helft van haar warmte kwijt te raken. Hoe kleiner de structuur, hoe korter die tijd. Is de puls korter dan de relaxatietijd, dan blijft de warmte in het doelwit [4]. Bij ontharing ligt het eigenlijke doelwit, de stamcellen rond de follikel, net naast het pigment. De puls mag daar juist langer duren, zodat de warmte die cellen bereikt [5].

Fluentie, spotgrootte en koeling

De fluentie is de energie per oppervlak. Een grotere spot reikt dieper, omdat er aan de rand van de bundel minder licht door verstrooiing verloren gaat. Door het huidoppervlak te koelen bescherm je de epidermis, zeker bij een donkere huid. Valt een volgende puls op dezelfde plek voordat het weefsel is afgekoeld, dan stapelt de warmte zich op; bij een donkere huid verhoogt dat het risico op pigmentverschuivingen [1].

Tijdlijn van 100 picoseconden tot 1 seconde: de thermische relaxatietijd van melanosoom, epidermis, bloedvat en haarfollikel naast de pulsduur van picoseconde-, Q-switched- en langepulslasers.
Waarden bij benadering; de relaxatietijd neemt toe met de grootte van de structuur.

Ablatief of niet-ablatief

Lasers die op water mikken, worden vooral ingezet bij huidverjonging, littekens, rimpels en een onregelmatige textuur. Ze werken meestal fractioneel: de laser behandelt een raster van microscopisch kleine zones en laat de huid daartussen intact. Vanuit die onbehandelde bruggen herstelt de huid veel sneller dan wanneer het hele oppervlak behandeld is [6].

Een ablatieve laser verdampt het weefsel in die zones. CO₂- en erbiumlicht wordt in de bovenste micrometers opgenomen; toch reiken de kolommen tot in de dermis, omdat de energie die volgt in de ontstane opening verder werkt. Rond elke opening blijft een rand gecoaguleerd weefsel achter. Per behandeling is het effect groter en de hersteltijd langer dan bij een niet-ablatieve laser.

Een niet-ablatieve laser coaguleert kolommen weefsel door de epidermis heen tot in de dermis, maar laat de hoornlaag dicht. Er ontstaat dus geen open wondje. Niet-ablatieve behandelingen vragen meestal meer sessies, met minder hersteltijd per sessie. Thulium (1927 nm) werkt vooral oppervlakkig, in de epidermis en de bovenste dermis, en wordt daarom ook bij pigment ingezet. Bij 1540–1550 nm en 1340 nm reiken de kolommen dieper.

Het verschil tussen de twee ablatieve lasers, CO₂ en erbium, zit vooral in de warmte. Water neemt CO₂-licht minder sterk op dan erbiumlicht [2]. Daardoor verspreidt zich bij CO₂ meer warmte rond elke opening; erbium verdampt weefsel met weinig thermische schade eromheen [7]. Wat dat betekent voor resultaat en hersteltijd, en wat vergelijkende studies laten zien, staat op de pagina over erbium.

Dwarsdoorsnede van de huid: een niet-ablatieve coagulatiekolom door epidermis en dermis onder een gesloten hoornlaag, een CO2-krater met een bredere coagulatiezone en een erbiumkrater met een smallere coagulatiezone, met de bijbehorende toestellen.
Schematisch, niet op schaal.

Selectieve fotothermolyse

De tweede groep mikt op één chromofoor. Bij selectieve fotothermolyse verwarm je die chromofoor en blijft het weefsel eromheen gespaard [4]. Daarvoor kies je een golflengte die vooral door die chromofoor wordt opgenomen, en een puls die past bij de grootte van de structuur, zodat de warmte in het doelwit blijft. Ook de laesie zelf telt mee: een groter of dieper gelegen vat vraagt een langere golflengte en een langere puls dan een fijn, oppervlakkig vaatje.

Bij pigment en tattoo-inkt zijn de doelwitten zo klein dat ze binnen nanoseconden tot een microseconde afkoelen. Q-switched lasers, met pulsen van nanoseconden, verhitten de deeltjes zo snel dat ze uiteenvallen; naast warmte speelt daarbij ook een mechanisch effect mee. Picosecondelasers geven nog kortere pulsen, met een sterker mechanisch (fotoakoestisch) effect en minder warmte [8]. Volgens een systematische review komen ze soms met minder sessies tot een vergelijkbaar resultaat [8].

Ook LED werkt via chromoforen, maar zonder warmte. Het licht wordt onder meer opgenomen door cytochroom c-oxidase in de mitochondriën en door porfyrines [9]; rood en nabij-infrarood licht werken vooral via de mitochondriën, blauw licht via porfyrines. LED is het best onderzocht bij acne, bij herpes simplex en zoster, en bij wondgenezing, ook na een laser- of IPL-behandeling [9]. In de esthetische praktijk wordt LED vooral ondersteunend ingezet, bijvoorbeeld voor het herstel na een andere behandeling.

Dwarsdoorsnede van de huid met drie doelwitten: een bloedvat dat coaguleert, een haarfollikel die bij de bulbus opwarmt, en pigment- en inktdeeltjes die uiteenvallen, met de bijbehorende toestellen.
Schematisch, niet op schaal.

Radiofrequentie

Omdat radiofrequentie geen chromofoor nodig heeft, speelt de kleur van de huid een veel kleinere rol dan bij licht. Bij een donkere huid is het risico op pigmentverschuivingen daardoor kleiner, maar niet nul: ook na RF zijn blaren en hyperpigmentatie beschreven, die werden toegeschreven aan onvoldoende contact van de behandeltip [1].

Monopolaire RF verwarmt over een groot oppervlak de diepere dermis en de bindweefselschotten in het onderhuidse vet. Het wordt vooral ingezet om een verslapte huid te verstrakken, bijvoorbeeld langs de kaaklijn en in de hals.

Bij RF-microneedling geven naalden, vaak geïsoleerd tot op de punt, de energie af in kleine zones, op een gekozen diepte in de dermis. Deze techniek wordt ingezet bij littekens, textuur en verslapping.

Onze toestellen per technologie

Sommige toestellen combineren meerdere technologieën in één platform. Je vindt ze bij elke technologie die ze bieden.

Doelwit: water

Doelwit: een chromofoor

Geen chromofoor

Etherea MX is een platform voor verwisselbare handstukken (onder meer LongPulse, handPICO, ProDeep, DualMode en IPL SQ) en staat daarom bij die handstukken in de lijst. Ook de ZYE-platforms kun je met die handstukken uitbreiden.

Advies

Wat past bij jouw praktijk?

Op één pagina krijg je de keuze tussen technologieën niet volledig in beeld. Ze hangt af van je patiënten en hun huidtypes, van de indicaties die je wilt behandelen, van de hersteltijd die je patiënten aanvaarden en van wat je al in huis hebt. Onze klinische en commerciële specialisten hebben daar jarenlange ervaring mee en helpen je graag die keuze te maken.

Werk je al met een van onze toestellen? Dan vind je de behandelprotocollen en richtlijnen op het klantenportaal, en gaan we dieper in op de technieken in de training na levering en op onze Academy-events.

Dit is een indicatief overzicht om verschillen tussen technologieën uit te leggen. Voor werkelijke instellingen gelden de behandelprotocollen en richtlijnen.

Bronnen

  1. Harnchoowong S, Vachiramon V, Jurairattanaporn N. Cosmetic considerations in dark-skinned patients. Clin Cosmet Investig Dermatol. 2024;17:259–277. doi:10.2147/CCID.S450081
  2. Hale GM, Querry MR. Optical constants of water in the 200-nm to 200-µm wavelength region. Appl Opt. 1973;12(3):555–563. doi:10.1364/AO.12.000555
  3. Jacques SL. Optical properties of biological tissues: a review. Phys Med Biol. 2013;58(11):R37–R61. doi:10.1088/0031-9155/58/11/R37Absorptiedata: S. Prahl en S. Jacques, Oregon Medical Laser Center (https://omlc.org/spectra/).
  4. Anderson RR, Parrish JA. Selective photothermolysis: precise microsurgery by selective absorption of pulsed radiation. Science. 1983;220(4596):524–527. doi:10.1126/science.6836297
  5. Altshuler GB, Anderson RR, Manstein D, Zenzie HH, Smirnov MZ. Extended theory of selective photothermolysis. Lasers Surg Med. 2001;29(5):416–432. doi:10.1002/lsm.1136
  6. Manstein D, Herron GS, Sink RK, Tanner H, Anderson RR. Fractional photothermolysis: a new concept for cutaneous remodeling using microscopic patterns of thermal injury. Lasers Surg Med. 2004;34(5):426–438. doi:10.1002/lsm.20048
  7. Kaufmann R, Hibst R. Pulsed Erbium:YAG laser ablation in cutaneous surgery. Lasers Surg Med. 1996;19(3):324–330. doi:10.1002/(SICI)1096-9101(1996)19:3<324::AID-LSM7>3.0.CO;2-U
  8. Wong JJE, Khan S, Tandel M, Dajani Z, Seth I. Efficacy of Nd:YAG lasers for tattoo removal: systematic review of clinical outcomes, clearance rates, and treatment parameters. J Cosmet Dermatol. 2026;25(6):e70914. doi:10.1111/jocd.70914
  9. Jagdeo J, Austin E, Mamalis A, Wong C, Ho D, Siegel DM. Light-emitting diodes in dermatology: a systematic review of randomized controlled trials. Lasers Surg Med. 2018;50(6):613–628. doi:10.1002/lsm.22791
Plan een gesprek